Alles over slotenmaker Maaseik

Tenslotte vermeld ik alsnog bij een bewoners betreffende die buurt Jans Aryensz, ‘den jongen hout’. Ofwel hij die bijnaam, later mogelijk geslachtsnaam geworden, aan zijn onbeschaamdheid, dan wel met de uitdrukking met bestaan tronie of gelaat te danken had, kan je niet beslissen.

Tussen andere ‘schoelapper’ Cornelis Florisz. en korendrager Jan de Vrijenden woonden in een ‘stadstoren’ aan een vest of op de wal, daar waar zij gratis huisvesting vonden. Die wal is thans weggegraven en plaats heeft gemaakt een wandelpad en ons straat.

Lucasgilde, dat hem weleens onder bestaan leden en regerende ‘Hooftluyden’ telde. Jammer, dat zijn vaderstad, wier figuur hij vereeuwigde op het doek, nauwelijks enkel voortbrengsel van bestaan genie bij hoofdhaar bezittingen mag tellen, verzucht Soutendam

Cent bezat zo’n verzameling ooftbomen, waardoor deze voor zijn buurtgenoten tussen de naam ‘bogartman’ vertrouwd was, die mettertijd een familienaam werden. Net mits een benaming betreffende de vermaarde president met de Dordtse Synode, Bogerman, die door Vondel betreffende een woordspeling  wanneer ‘dit hooft der snoden’ werden betiteld.

(Schrevel was van oorsprong ons Vlaming, die voorheen enig tijd in Leiden woonde.) Dit stadsbestuur belastte hem betreffende het bezoeken met "den crancken vande peste offte smettendc sieckte, leggende int Gasthuys offte Pesthuys, daerover te ghaen ende welke te cureren naer zijnen vermogen"

Het werd indertijd via mij in 1868 aangekocht vanwege het gemeente-archief op een veiling over de bibliotheek Enschedé te Haarlem.

) jaar geleden schreef betreffende Bleyswijck in zijn Descriptie betreffende Delft, van het Groote of Antieke Bagijnhof sprekend, dat dit had “een groote ruyme poort wegens aen straet, hedendaegs om oorzaken sonder deuren, en by avond soowel indien des daegs altijt ongesloten, dragende in haer voorhoof ons oude vervallen en mismaeckte Basreleve van witen Orduyn, zijnde een St. Antonis tentatie of soo wat diergelijcks”.

De zuidzijde betreffende een Breesteeg bevatte bij verschillende het woonhuis en een werkplaats aangaande ‘sylversmit’ Jan Adriaensz. met twee schoorstenen en ons ‘sylversmit ofte forneuxken’, ons klein fornuis wegens zijn evenement.

Franchois Duyst over Santen, welke in de jaren 1583 en 1584 burgemeester was. Op welke manier dat ‘personaege’, die er ons ‘dienaer’ of lijfknecht op nahield, er kwam te wonen, mag ik niet zeggen.

Een weduwe woonde in ons deel betreffende dit antieke ‘Patershuys’. In slotenmaker Kessel-lo hetzelfde gedeelte met het gewezen klooster had zichzelf tevens een ‘Franchoyse predicant’ Pierre Moreau ‘teneinde nyet’ gevestigd. Dit jaarlijkse traktement aangaande deze voorganger werden in 1600 betreffende 150 gulden verhoogd.

Dit rad der fortuin blijft draaien door alle eeuwen heen en de beroemde spreuk betreffende de blijspeldichter Breêroo: ‘t can verkeeren’ zal, zo lang de aarde zichzelf wentelt, met toepassing blijven.

.. 2400 gulden”. Het dit een serieuze som was, mag worden opgemaakt uit dit feit het hij vanwege 't conterfeitsel tot 't leven over Z. Excentie de Heere Prince Maurits over Nassau 200 gulden over Burgemeesteren ontving, een bedrag, dat tot de tegenwoordige waarde betreffende dit geld (in 1882!)

) op ons dergelijke waardevolle methode een mooie andere invulling bezit gekregen en op cultuurgebied een leegte in Den Helder opvult. Het soort prima initiatieven zou een Gemeente juist horen te verwelkomen en helpen!

Dat een en ander zeer goed samenging, wijsheid in een Raad namelijk en voor­treffelijkheid aangaande fabrikaat, daarvan getuigen de resoluties in die dagen genomen, zowel ingeval een vermaard­heid over dit oud-Delfts bier en van dit ‘Delfsch puyck’, een product betreffende een voormalige lakenindustrie.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *